12 september 2016

Geschiedenis

Studentenweerbaarheid is een begrip wat al heel erg lang bestaat. Toen in 1830 Belgie zijn onafhankelijkheid uitriep, liet Koning Willem I zijn troepen massaal uitrukken om deze Belgische Opstand snel te onderdrukken. Deze Tiendaagse Veldtocht vond plaats van 2 tot 12 augustus 1831. Enkele studentencompagnieën ondersteunden het leger tijdens deze tocht en hoewel België uiteindelijk toch onafhankelijk werd en bovendien de studenten – volgens verhalen – nooit de gevechten hebben bereikt, was Koning Willem I erg dankbaar voor hun hulp en volgde de oprichting van verschillende studentenweerbaarheden uit de teruggekeerde studentencompagnieën weldra.

In de jaren zestig van de negentiende eeuw bevorderde Koning Willem III op allerlei manieren de weerbaarheidsgedachte onder burgers en studenten wegens een angst voor de Pruisische expansiepolitiek. De weerbaarheidsverenigingen die in die tijd ontstonden oefenden in het omgaan met wapens en in voorbereiding op de krijgsdienst, met het oog op landsverdediging. De eerste officiële studentenweerbaarheden werden opgericht in 1866 in Utrecht en Leiden. Deze studentenweerbaarheden ontstonden als onderverenigingen van de studentencorpora, want andere soorten studentenverenigingen bestonden nog niet.

Het idee achter weerbaarheden veranderde al snel. De hele krijgsmacht werd steeds minder belangrijk geacht. Er werd veel op bezuinigd en dit uitte zich ook in de activiteiten van de weerbaarheden. Voorbereiding op de krijgsmacht werd steeds minder belangrijk en betrokkenheid bij het Koningshuis en de krijgsmacht werd vooral nog geuit door het verrichten van eerbetoon.

Na WOII zijn de weerbaarheden onder speciale bescherming van Prins Bernhard geplaatst en kregen ze tijdens de koude oorlog een belangrijke rol bij een mogelijk toekomstige verovering. Via de Wet op de Weerkorpsen, die alle weerbaarheden behalve studentenweerbaarheden verbood, kregen studentenweerbaarheden een speciale rol als al georganiseerde verzetsclubs. Immers waren zij geen militair, maar burger en hadden ze zich dus niet overgegeven.

Tegenwoordig bestaan er 10 weerbaarheden, 7 zijn onderverenigingen van een corpora, 2 zijn ondervereniging van een andere vereniging en 1 zelfstandige weerbaarheid – het HSSK. Deze weerbaarheden hebben ieder hun eigen tradities en banden met Defensie.

Geschiedenis HSSK
Tot halverwege de 20ste eeuw waren alle studentenweerbaarheden in Nederland gevestigd in universiteitssteden, en gelieerd aan een Studentencorps. In de praktijk bleek echter dat de scheidslijn tussen weerbaarheidsvereniging en borrelclub niet overal meer even duidelijk was. Een drietal studenten uit Leiden, Delft en Rotterdam ervoer dit als een gemiste kans om een brug te slaan tussen de maatschappij en de krijgsmacht. Zij namen zich voor een studentenweerbaarheid op te richten, die onafhankelijk van corpora of andere studentengezelligheidsverenigingen zou openstaan voor studenten met een belangstelling voor Krijgsmacht, Krijgsgeschiedenis en Schietsport. De drie oprichters, allen reserve-officier, belegden hun voorbereidende vergaderingen in 1958 in de Interservice Club, toen nog gesitueerd in de Nieuwe of Literaire Sociëteit “De Witte” aan het Plein te ‘s-Gravenhage.
Op 4 maart 1959 kwam het tot de oprichting van het Haagsch Studenten Schutters Korps “Pro Libertate” onder commando van de Luitenant ter Zee 2e klasse der Koninklijke Marine-Reserve J.M. de Blaey, de Reserve Tweede Luitenant der Artillerie H.D. de Lavaletta en de Reserve Tweede Luitenant der Commandotroepen D. Cramer Bornemann.